Classificatie

Classificatie internationale competities
Op elk internationaal toernooi is er een onafhankelijk classificatiepanel aanwezig. Dit panel bestaat uit drie personen, een dokter, fysiotherapeut en een voetbaltrainer. Zij zijn speciaal opgeleid om de handicapkeuring te doen en beoordelen of een speler in aanmerking komt voor CP-voetbal en in welke categorie hij valt. Ook spelers met N.A.H. (Niet Aangeboren Hersenletsel) kunnen in aanmerking komen voor het CP-team. Nieuwe spelers ondergaan een keuring, voorafgaand aan een toernooi. Elke speler wordt minimaal twee keer gekeurd, spelers met een verworven hersenbeschadiging ondergaan ten minste driemaal een keuring.

Het CP-voetbal kent vier verschillende handicapklassen, vijf tot en met acht. De mate van hersenbeschadiging is bepalend voor de spasticiteit en dus handicapklasse.

Klasse CP5 (Diplegie/asymmetrische Diplegie/Dubbele hemiplegie/Distonie)

  • Tijdens het sporten is een tonusverhoging zichtbaar in combinatie met functieverlies. 
  • De speler heeft moeite met omdraaien, draaien en stoppen van de ingezette bewegingen. 
  • Hij kan meestal maar korte afstanden rennen ten gevolge van aandoening in beide benen. 
  • Zijn paslengte zal verminderen in relatie tot duur van de inspanning. 

Klasse CP6 (Athetose, Ataxie, Mixed CP)

  • Een speler heeft moeite met het snel veranderen van richting en het snel stoppen van de beweging, met en zonder bal.
  • Coördinatie en timing problemen bij het bijhouden, controleren en schieten van de bal.
  • De speler heeft problemen bij het controleren en dribbelen met de bal tijdens het rennen.
  • Explosieve bewegingen zijn moeilijk uitvoerbaar.

Klasse CP7 (Hemiplegie)

  • De speler die met een been trekt heeft tijdens het rennen een kortere paslengte maar hij heeft geen hielcontact.
  • De aangedane arm vertoont een hoger tonus als hij rent en is in flexie tijdens het lopen.
  • Training verandert deze symptomen niet, training verandert hoogstens de kwaliteit van bewegen/functioneren.
  • De speler heeft een zichtbare beperking, veroorzaakt door spasticiteit bij snelle bewegingen. Daarbij een verhoogde tonus tijdens inspanning.
  • Rennen lijkt bijna symmetrisch, maar door de spasticiteit en functiebeperking aan de aangedane zijde is er een verschil in paslengte en standfase.

Klasse CP8
Klasse CP8 spelers hebben soms niet in de gaten dat ze een beperking hebben, vaak is alleen coördinatieproblematiek zichtbaar. Specifiek neurologisch onderzoek moet dan uitsluitsel geven.  

  • Spelers met een minimale aandoening vertonen een bijna normale functie tijdens het rennen. De speler moet echter tijdens wedstrijden een duidelijke functiebeperking tonen (voor het panel) gebaseerd op aanwezigheid van spasticiteit (tonus toename), ataxie, athetotische of distone bewegingen.
  • Bij sommige spelers met een verworven hersenaandoening, kan de aangedane zijde ook de voorkeurszijde zijn. Vandaar dat de speler het aangedane been als voorkeursbeen tijdens het voetballen gebruikt (schieten aannemen etc.)
  • Als de speler onvoldoende balans/evenwicht heeft op zijn aangedane been, kan het zijn dat hij met dat been schiet en op het minder aangedane been steunt.

Spelregels in relatie met de CP klasse
Tijdens een wedstrijd dient er minimaal één speler in het veld te staan met een handicap CP5 of CP6. Dit zijn de spelers die de meeste moeite hebben met hardlopen, vaak gaat het dan om de keeper. Daarnaast mag er maar één speler op het veld staan met handicap CP8. Behalve tactische en technische regels moet de coach dus ook rekening houden met het aantal spelers met een bepaalde handicapklasse in het veld. Het is voorgekomen dat een coach een fout maakte en teveel spelers met de handicap CP8 in het veld had staan. Met diskwalificatie als gevolg.